KOREA NA DE JAPANSE BEZETTING

Op 15 augustus 1945 maakte keizer Hirohito over de radio de capitulatie van Japan bekend. Die capitulatie maakte ook een eind aan een langdurige Japanse bezetting ( sinds 1910) van het Koreaanse schiereiland. Wie verwacht had dat het einde van die bezetting ook op korte termijn zou leiden tot een vrij en onafhankelijk Korea bleek al snel bedrogen uit te komen. Want over de toekomst van Korea, na het vertrek van de Japanners daar, had zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een merkwaardig politiek spel tussen de geallieerden en met name tussen de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten ontwikkeld. Dat spel leidde tot een tweedeling van Korea, tot de Koreaanse oorlog en uiteindelijk zelfs tot de huidige crisis in verband met Noord-Korea.

De vraag wat er na de oorlog met Korea zou moeten gebeuren hield al tijdens de oorlog de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten en in mindere mate de andere geallieerden bezig. Veel belangrijker was de vraag hoe Japan ontmanteld kon worden. Toch spraken de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse minister van buitenlandse zaken Anthony Eden al in 1943 over dit onderwerp met elkaar. Zij waren het erover eens dat Korea na de oorlog voor een lange periode onder internationaal bestuur( ‘trustee") zou moeten komen. Vooral Roosevelt meende dat Aziatische volkeren die zo lang onder het kolonialisme hadden geleefd pas na een ruime overgangstijd en scholing onafhankelijk zouden kunnen worden. Voor Korea dacht Roosevelt zelfs aan een periode van dertig à veertig jaar. Op 1 december 1943 bespraken Roosevelt, Churchill en de Chinese generalissimo Tsjang Kai Tsjek de toekomst van Korea tijdens een conferentie in Korea. Daar kwam het tot de "Cairo Declaration" waarin was opgenomen dat Korea "op de juiste tijd" ( "in due course") vrij en onafhankelijk zou worden. Later legden Roosevelt en Churchill hetzelfde standpunt tijdens een bespreking in Teheran ook voor aan Stalin. Op de conferentie in Yalta in februari 1945 stelde Roosevelt het onderwerp nogmaals aan de orde. In plaats van een overgangsperiode van dertig à veertig jaar sprak de Amerikaanse president nu over twintig à dertig jaar. Stalin antwoordde daarop dat de periode zo kort mogelijk zou moeten zijn. Tot een echte overeenkomst, verder dan deze vage "overeenstemming" kwam het echter niet. Op de latere Conferentie van Potsdam ging alle aandacht van de wereldleiders uit naar de toekomst van Duitsland en de vrede in Europa. Korea kwam toen in het geheel niet aan de orde. Voor de Verenigde Staten en Engeland lagen de prioriteiten geheel bij Europa. Korea was duidelijk van veel minder belang in hun ogen. Dat bleek ook overduidelijk toen de Amerikanen de Sowjet-Unie om hulp vroegen voor het beëindigen van de oorlog tegen Japan. Zij vreesden dat de strijd om de Japanners van het vaste land van Azië te verdrijven en een invasie in Japan lang en moeilijk zou worden. Om de Sowjet-Unie bij die strijd te betrekken zouden de Amerikanen geen bezwaar hebben tegen een invasie van de Sowjet-Unie in Mantsjoerije en Korea. Tijdens de conferenties van Yalta en Potsdam werd deze deal ook werkelijk gesloten.

Maar het verloop van de geschiedenis zou anders blijken. De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki leidden onvoorzien snel tot de volledige capitulatie van Japan. Tegen die achtergrond waren de Amerikanen niet meer zo geporteerd voor een opmars van de Sowjet-Unie in Korea. Daarom stelden zij een verdeling van Korea voor in een noordelijk en een zuidelijk deel met als grens de 38e breedtegraad. Ondanks de eerdere overeenkomst stemde de Sowjet-Unie daar mee in, omdat ook haar belangen veel meer in Europa lagen en Korea slechts van een beperkt belang was.Toen de bezettingszones in Korea aldus afgebakend waren rukten de Sowjets snel op in het noorden en bezetten zij onder andere Pýongyang. De Amerikanen bezetten een maand later het zuiden, onder andere Seoul.

De zuidelijke zone
Het einde van de Japanse bezetting veroorzaakte veel verwarring onder de Koreanen in de beide zones. In het zuiden ontstonden verschillende politieke partijen, zowel ter linkerzijde als te rechterzijde als in het midden. Zij hadden echter een gemeenschappelijk doel, namelijk de onafhankelijkheid van Korea. Al in augustus 1945 hadden sommige Koreanen een comité gevormd om die onafhankelijkheid voor te bereiden. Op 6 september 1945 werd door een nationale vergadering die door dat comité was bijeengeroepen de People’s Republic of Korea uitgeroepen. Het Amerikaanse militaire bestuur weigerde echter deze republiek te erkennen, omdat de enige regering de militaire regering was.Eind december van dat jaar kwamen de Verenigde Staten, de Sowjet-Unie en Engeland in Moskou overeen een internationaal bestuur met daarin vier mogendheden in te stellen voor een periode van vijf jaar. Wel kwam er een raadgevende vergadering onder voorzitterschap van Syngman Rhee en later een Interim Wetgevende Assemblee die verordeningen voor het binnenlands bestuur mocht uitvaardigen. Het militair bestuur behield een veto.

De noordelijke zone
Het noorden werd bezet door de Sowjet-Unie, die tegelijk een aantal in ballingschap levende Koreaanse communisten het land in bracht. Die communisten kregen de sleutelposities toegewezen, waardoor het voor de Sowjet-Unie gemakkelijk was om een door de communisten gecontroleerde regering op te zetten. Dat leidde in 1946 tot het Voorlopige Volkscomité, een de facto centrale regering, die de politieke structuur van de Sowjet-Unie adopteerde. Voorzitter van het comité werd Kim II – sung. In februari 1947 kwam er een wetgevend orgaan, de Hoge Volksvergadering en met de sterke steun van de Sowjet-Unie begon Kim II- sung aan het consolideren van zijn politieke macht.

De Koreaanse oorlog
Het zuiden organiseerde een politiemacht en richtte in 1948 het Ministerie van nationale verdediging op. In 1949 trokken de Verenigde Staten zich terug uit Zuid-Korea. Zij lieten slechts ongeveer 500 militaire adviseurs in het land achter. Wel gaven zij Zuid-Korea , in het kader van een driejarenplan , in dat jaar ruim tien miljoen dollar militaire steun en 110 miljoen dollar economische steun. Toen de Noord-Koreanen het land in 1950 binnenvielen telde Zuid-Korea een politiemacht van ongeveer 100.000 man, die slechts lichtbewapend waren. Het noorden was veel zwaarder bewapend. Al vroeg in 1946 hadden de Sowjets een politie- en legermacht van 20.000 man op poten gezet en in augustus 1946 werd het Noord-Koreaanse leger gevormd. De Sowjets verlieten Noord-Korea in december 1948 met achterlating van 150 militaire adviseurs. In juni 1950 telde het Noord-Koreaanse leger 150.000 man en bezat het ook een tankbrigade. Duizenden Noord-Koreaanse soldaten kregen een opleiding en training in de Sowjet-Unie. In militair opzicht was Noord-Korea dan ook superieur aan het zuiden, toen het dat land in 1950 binnenviel. In 1953 werd er een wapenstilstand overeengekomen. Een vrede tussen de beide Korea’s is er nog steeds niet.

Na de wapenstilstand
Na de wapenstilstand is Zuid-Korea tot grote economische bloei gekomen en is het uitgegroeid tot een echte democratie. Het noorden heeft nog steeds te leiden onder grote armoede en een dictatuur. De eenzijdige nadruk die de regering van Noord-Korea heeft gelegd op de zware industrie en de bewapening heeft geleid tot een buitengewoon slechte economische situatie en tot grote voedsel- en energietekorten. De geschiedenis overziende,kun je je afvragen wat de ontwikkeling van Korea als geheel zou zijn geweest als de geallieerden al voor en na de bevrijding van de Japanners het recht op volledige onafhankelijkheid van dit schiereiland hadden erkend. En ook wat die ontwikkeling zou zijn geweest als de geallieerden, met de Verenigde Staten voorop, niet een deal over Korea zouden hebben gesloten met de Sowjet-Unie.
Is de grote Roosevelt hier misschien dan toch tekort geschoten ?
Hans Lander