Dirk Coster op de boekenmarkt in Middelburg.                                                                                   

door Hans Lander

Zondag 3 mei 2009. De Markt in Middelburg staat vol kramen met tweedehands boeken. Er zouden ruim 140 kramen staan. Daarmee is de jaarlijkse boekenmarkt in Middelburg een van de grootste van het land. Ook nu weer trekt de boekenmarkt veel bezoekers. Kijkers en kopers en kijkers die toch kopers worden. Tot die laatste categorie behoor ik. Ik ga nooit naar zo’n boekenmarkt met het vooropgezette doel een bepaald boek te zoeken en te kopen. Wel om te kijken. Om rond te snuffelen. Veel kramen hebben mij helemaal niets te bieden. Andere hebben wel interessante boeken liggen. Over geschiedenis, over kunst, over Zeeland. Daarmee is nog niet gezegd, dat ik dan ook zoveel belangstelling heb, dat ik ook tot kopen overga. Daarvoor is het aanbod in het algemeen toch te algemeen en te weinig bijzonder. Maar soms is er iets, dat ik wel graag wil hebben. Zo stuitte ik in  een kraam vol keukenromannetjes en andere voor mij absoluut niet interessante boeken op een stapeltje boeken van Dirk Coster. Dirk Coster( Delft 1887-Delft 1956) was in de eerste helft van de vorige eeuw een bekende literator en criticus, die in Delft woonde. Voor de tweede wereldoorlog genoot hij grote faam, onder andere als hoofdredacteur van het literaire tijdschrift De Stem. Later raakte hij, mede door een aanval van E. du Perron ( “Uren met Dirk Coster”) op de achtergrond. Hij werd als volstrekt achterhaald beschouwd en zijn stijl als oudbakken en saai. In 1952 werd hij desalniettemin benoemd tot ereburger van Delft en in 1954 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Hij correspondeerde met tal van beroemde schrijvers en bracht ons nader in aanraking met het werk van onder andere  Flaubert, Stendhal en Dostovjeski. In het stapeltje boeken dat ik op deze dag aantrof vond ik zijn brieven met veel schrijvers en vrienden in de periode 1902-1956. Ook vond ik er zijn verhalen over de stad Delft in verscheidene  redevoeringen en zijn essays over Dostovjevski en Napoleon. Voor mij redenen genoeg om voor luttele euro’s het stapeltje boeken te kopen. Er stond op “Verzamelde werken”, maar helaas ontbraken er een paar delen. Wat overbleef was echter genoeg om van de aankoop geen spijt te hebben. Zo werd ik getroffen door de beschrijving en van de stad Delft en de liefde die Delvenaren en Oud-Delvenaren vaak hun levenlang koesteren voor deze stad. Wat mij, zelf Oud-Delvenaar, zeer aanspreekt.

tekening door A. de Meester

“Altijd nog, ondanks het moderne leven, zijn er mensen in Delft, voor wie de verbanning uit hun stad een soort van levend dood-zijn zou betekenen, of die, ver van Delft, toch altijd nog een heimwee meedragen naar hun grachten, waar de machtige torens boven rijzen, naar hun marktplein, waarover de hemelkoepel zich welft, des nachts bewoond door de sterren, des daags bevlogen door witte wolken. De ziel van een stad, voor de Middel- of 17e eeuwer een vanzelfsprekend begrip, is door het verkeer  en de meerdere bewegelijkheid van de mensen een verloren waarde geworden. Delft heeft evenwel iets van deze ziel behouden.” 

En in een andere rede:

“Delft leeft psychisch door zijn torens. Beter gezegd: door die eigenaardige vrije stand zijner torens. Zij zijn niet vastgegroeid in de huizenmassa, zij hebben een ruimte rond zich behouden, waarin zij hun eigen leven hebben tesamen met het spel van de wolken en van de sterren. En zij lokken daardoor de blik der mensen tot zich omhoog, vele malen op de dag of in de avond,- de lange jaren door. Ik heb hier geen lyriek van node over de schoonheid dier torens; het feit dat zij er zijn en zň zijn, gelooft u mij: in de loop van een leven dringt het door tot in de zielen der mensen, wekt daarin iets dat men ruimte en stilte kan noemen. De materiële ruimte verzielt zich in de mensen.”

Zo en in nog meer woorden beschrijft Dirk Coster de schoonheid en de waarde van de oude stad Delft, vurig hopend dat die schoonheid en de ziel van de stad behouden zullen blijven. Geboren en getogen in Delft, hoewel nu al bijna 35 jaar in Middelburg wonend, sluit ik mij alsnog graag aan bij de van liefde en respect  getuigende woorden van Dirk Coster. Ik geef die woorden ook door als een aanmaning aan bestuurders van andere oude steden met een ziel, zoals Middelburg, om die rijkdom niet door onbezonnenheid verloren te laten gaan. Wat Middelburg betreft in het bijzonder door niet de ruimte van de binnenstad te verwoesten door het overkappen van een markant plein. Want, nu als Middelburger, koester ik opnieuw de ziel van een stad. De woorden van Dirk Coster waren dan ook niet minder dan een balsem voor mijn ziel. Misschien was hij als literator  door de tijd ingehaald, als minnaar van mijn moederstad was hij zijn tijd vooruit en blijft zijn blik van waarde.